starten en stoppen – kb2

Een buitenboordmotor starten lijkt eenvoudig: benzine open, even trekken en varen maar. Toch? In de praktijk zijn het juist de kleine controles vóór het starten die bepalen of je rustig wegvaart of achter op de boot een onverwachte krachttraining krijgt.

Bij Kielboot 2 leer je de buitenboordmotor niet alleen aan te krijgen. Je leert eerst kijken, dan handelen en controleren of de motor veilig en betrouwbaar loopt. Ook moet je weten hoe je hem correct stopt en wat je doet als hij niet wil starten. De precieze bediening verschilt per merk en type motor. Daarom gebruik je altijd de procedure van de motor die daadwerkelijk aan de boot hangt.

Waarom is dit belangrijk?

Op Kielboot 2-niveau wordt van je verwacht dat je met ten minste één buitenboordmotor kunt omgaan. Je moet de start- en stopprocedure kennen, zo nodig de choke kunnen gebruiken en controleren of het roer de draaiende schroef kan raken. Zodra er personen direct bij de boot in het water liggen, moet de motor uitgeschakeld zijn.

Een buitenboordmotor gebruik je vaak op momenten waarop weinig ruimte beschikbaar is, bijvoorbeeld bij een ligplaats, steiger of hogerwal. De boot reageert direct zodra je de motor in zijn werk zet. Start je met te veel gas of terwijl de motor niet in neutraal staat, dan kan de boot onverwacht bewegen. Een vaste routine geeft daarom controle en rust. De motor houdt bovendien van voorspelbaarheid. Wilde rukken aan het startkoord maken vooral indruk op de bemanning, meestal niet op de motor.

Leerdoelen

Na afloop kun je vóór het starten controleren of de motor veilig gebruikt kan worden. Je kunt beoordelen of de motor goed in het water staat, of voldoende geschikte brandstof aanwezig is, of de brandstoftoevoer openstaat en of de bediening in neutraal staat. Je weet wanneer je de choke gebruikt en kunt het startkoord beheerst bedienen.

Je kunt na het aanslaan controleren of de motor normaal blijft lopen. Je kunt de motor met de daarvoor bedoelde stopbediening uitschakelen en controleert daarna of de motor werkelijk stilstaat. Je herkent daarnaast enkele veelvoorkomende oorzaken van startproblemen en weet wanneer je moet stoppen met proberen en hulp moet vragen.

Uitleg

Theorie

Een verbrandingsmotor heeft brandstof, lucht en ontsteking nodig. Bij een koude motor kan het brandstof-luchtmengsel worden aangepast met de choke. Daardoor start de motor gemakkelijker. Zodra de motor loopt, moet de choke volgens de instructie van het betreffende motortype weer worden teruggezet. Laat je de choke onnodig lang aanstaan, dan kan de motor onregelmatig gaan lopen of afslaan.

De motor moet vóór het starten in de normale vaarstand staan, met het staartstuk en de schroef voldoende in het water. Ook controleer je of het roer en de schroef elkaar nergens kunnen raken. Die controle blijft belangrijk wanneer de buitenboordmotor voor achteruitvaren volledig wordt omgedraaid.

Een buitenboordmotor kan een ingebouwde tank of een losse brandstoftank hebben. Kijk altijd welk systeem aanwezig is en controleer welke brandstof voor deze motor is voorgeschreven. Gebruik nooit op goed geluk brandstof uit een willekeurige jerrycan. Tweetakt- en viertaktmotoren kunnen verschillende brandstofvoorschriften hebben.

Uitvoering: voorbereiden en starten

Begin met een korte omgevingscontrole. Kijk achter de boot en controleer of niemand in het water ligt of met handen, voeten, lijnen of kleding in de buurt van de schroef komt. Maak losse lijnen vrij van de motor en de schroef.

Zet daarna de motor in de vaarstand. Controleer of hij volledig naar beneden staat en goed is vergrendeld. Bekijk vervolgens of het roer vrij kan bewegen zonder de schroef of het staartstuk te raken.

Controleer de brandstof. Kijk of voldoende juiste brandstof aanwezig is, open zo nodig de ontluchting van de tank en zet de brandstofkraan open. Bij een motor met een losse tank controleer je ook de aansluiting en volg je de handleiding voor het vullen van de brandstofleiding.

Zet de bediening in neutraal en draai de gashendel naar de aangegeven startstand. Gebruik bij een koude motor de choke wanneer de motorprocedure dat voorschrijft. Bij een warme motor is de choke meestal niet nodig. Controleer ook de veiligheidsvoorziening of dodemansschakelaar wanneer de motor daarmee is uitgerust.

Ga stabiel zitten of hurken. Houd rekening met de ruimte die je arm nodig heeft en zorg dat niemand achter je staat. Trek het startkoord eerst rustig uit tot je weerstand voelt. Trek daarna stevig en gecontroleerd door. Laat het koord beheerst teruglopen. Laat het nooit los zodat het met een klap in de motor verdwijnt.

Bij de beschreven oefenmotor wordt vóór het starten gecontroleerd of de motor in het water staat, voldoende brandstof heeft, de brandstofkraan openstaat, de bediening in neutraal staat en bij een koude motor de choke is uitgetrokken. Het startkoord wordt eerst rustig tot aan de weerstand uitgetrokken en daarna stevig doorgetrokken.

Na het aanslaan

Zodra de motor aanslaat, blijf je bij de bediening. Zet de choke volgens de motorinstructie terug en laat de motor rustig lopen. Luister naar het geluid. Een regelmatig brommende motor is geruststellender dan een motor die hoest, jankt of klinkt alsof er binnenin een besteklade wordt leeggeschud.

Controleer de signalen die volgens de handleiding aantonen dat het koelsysteem werkt. Reageert de motor vreemd, wordt hij te heet of stopt de koeling, schakel hem dan uit. Blijf niet eindeloos proberen in de hoop dat het probleem vanzelf verdwijnt. Motoren zijn technisch vernuftig, maar optimistisch zijn ze zelden.

Schakel pas vanuit neutraal naar vooruit of achteruit als de motor rustig loopt en de vaarweg vrij is. Doe dit beheerst en met weinig gas. Houd bij een draaibare buitenboordmotor steeds in de gaten waar de schroef zich bevindt ten opzichte van het roer.

Stoppen en uitschakelen

Breng eerst de vaart uit de boot en zet de motorbediening in neutraal. Laat de motor vervolgens kort rustig lopen wanneer de instructie van het betreffende motortype dat voorschrijft. Schakel hem daarna uit met de daarvoor bestemde stopknop, stopschakelaar of veiligheidsvoorziening.

De exacte stophandeling verschilt per motor. Gebruik daarom niet zomaar een willekeurige knop, trek geen brandstofslang los en probeer de motor niet te laten afslaan door hem in de versnelling te zetten. Volg de bediening die bij het betreffende merk en type hoort.

Controleer na het uitschakelen altijd of de motor werkelijk stilstaat. Kijk pas daarna in de buurt van de schroef. Bij directe aanwezigheid van mensen in het water blijft de motor uitgeschakeld. Alleen neutraal zetten is dan onvoldoende, omdat een bedieningsfout de schroef alsnog kan laten draaien.

Sluit na gebruik de brandstoftoevoer en tankontluchting voor zover dat volgens de motorhandleiding en de lokale afspraken nodig is. Berg losse onderdelen veilig op en laat de motor achter in de voorgeschreven stand.

Veiligheid

Start de motor nooit met iemand in de buurt van de schroef. Controleer ook op zwemlijnen, landvasten, schoten, plastic zakken en waterplanten. Een lijn in de schroef verandert een rustige oefening verrassend snel in een les schiemanswerk, techniek en frustratiebeheersing tegelijk.

Benzine is brandbaar. Niet roken, geen open vuur gebruiken en gemorste brandstof direct melden en volgens de geldende procedure opruimen. Ruik je een sterke benzinelucht of zie je een lekkage, start dan niet.

Zorg dat je stevig zit wanneer je aan het startkoord trekt. Trek het koord van je lichaam af en niet langs het gezicht van een bemanningslid. Laat niemand bij de spiegel staan zonder taak. De achterkant van de boot is tijdens het starten een werkplek, geen tribune.

Praktische aandachtspunten

Als de motor niet start, controleer je eerst rustig de basisvoorwaarden. Staat de bediening echt in neutraal? Staat de brandstofkraan open? Is er voldoende juiste brandstof? Staat de ontluchting open als dat nodig is? Is de choke correct gebruikt? Is de veiligheidsvoorziening aangesloten?

Wanneer een motor vlot aanslaat en daarna direct weer uitvalt, kan een afgesloten brandstoftoevoer een mogelijke oorzaak zijn. Herhaald starten met een verkeerde chokestand kan de motor laten verzuipen. Ook water of vuil in de brandstof en oververhitting kunnen problemen veroorzaken.

Blijf niet onbeperkt aan het koord trekken. Als de motor na enkele correcte pogingen niet aanslaat, doorloop je de controles opnieuw. Kun je de oorzaak niet veilig vaststellen, stop dan en vraag een instructeur of technisch bevoegde persoon. Een startkoord is geen conditietest.

Observatiepunten tijdens de praktijk

De instructeur kijkt of je vóór de eerste startbeweging de omgeving, het roer en de schroef controleert. Ook wordt gelet op de volgorde van je handelingen. Een goede cursist grijpt niet direct naar het startkoord, maar maakt eerst een zichtbaar plan.

Je let zelf op de stand van de motor, de brandstofvoorziening, neutraalstand en choke. Tijdens het trekken zit je stabiel en gebruik je een beheerste beweging. Nadat de motor aanslaat, luister je bewust naar het motorgeluid en controleer je of de motor normaal blijft lopen.

Het gaat goed wanneer je rustig werkt, geen stappen overslaat en kunt uitleggen waarom je een controle uitvoert. Het gaat minder goed wanneer je steeds opnieuw trekt zonder iets te veranderen, de choke vergeet, de brandstofkraan dicht laat of pas na het starten ontdekt dat een landvast vlak bij de schroef ligt.

Herken je dit op het water? Zodra de motor aanslaat, kijkt iedereen opgelucht naar de motor. De goede schipper kijkt juist meteen opnieuw om zich heen. Een draaiende motor is geen eindpunt, maar het begin van de volgende veilige handeling.

Veelgemaakte fouten

Een veelgemaakte fout is starten zonder te controleren of de motor in neutraal staat. De cursist is dan vooral bezig met de vraag of de motor zal aanslaan en vergeet wat de boot doet zodra dat lukt. Maak daarom van “omgeving, schroef, neutraal” een vaste controle vóór je het startkoord aanraakt.

Een tweede fout is verkeerd gebruik van de choke. Soms wordt de choke vergeten bij een koude motor. Soms blijft hij juist te lang openstaan. Kijk niet alleen naar de knop, maar luister naar de motor. Gaat hij na het aanslaan onregelmatig lopen, controleer dan of de choke volgens de procedure moet worden teruggezet.

Ook wordt het startkoord vaak met veel geweld bediend. Dat is niet nodig. Zoek eerst rustig de weerstand op en trek daarna gecontroleerd door. Zo sta je stabieler, belast je het startmechanisme minder en voorkom je dat je de bemanning met je elleboog een onverwachte zwemles aanbiedt.

Een andere fout is blijven proberen terwijl de situatie onveilig wordt. Ruik je brandstof, zie je een lekkage, klinkt de motor vreemd of werkt de koeling niet zoals voorgeschreven, schakel hem dan uit en meld het probleem. Zelfstandig varen betekent ook zelfstandig besluiten dat je ergens vanaf moet blijven.

Ten slotte wordt na het stoppen soms vergeten te controleren of de motor echt uit is. Kijk en luister. Pas wanneer de motor volledig stilstaat, mag iemand werkzaamheden in de buurt van de schroef uitvoeren.

Samenvatting

Bij Kielboot 2 start je een buitenboordmotor volgens een vaste en veilige routine. Je controleert de omgeving, de stand van de motor, de vrije ruimte tussen roer en schroef, de juiste brandstof, de brandstoftoevoer, de neutraalstand en zo nodig de choke. Daarna bedien je het startkoord rustig en gecontroleerd.

Na het aanslaan blijf je luisteren, kijken en controleren. Voor het uitschakelen zet je de bediening in neutraal en gebruik je de stopbediening van het betreffende motortype. Je controleert altijd of de motor werkelijk stilstaat. Zijn er mensen direct bij de boot in het water, dan staat de motor uit.

“Eerst kijken, dan starten. Dat scheelt trekken, vloeken en zwemmen.”