communicatie aan boord – kb1

Op een kielboot werk je samen. De roerganger stuurt, iemand bedient de fok en soms helpt een ander met uitkijken, aanleggen of het verplaatsen van spullen. Goede communicatie zorgt ervoor dat iedereen weet wat er gaat gebeuren en op het juiste moment handelt. Je gebruikt daarom vaste zeiltermen en korte commando’s. Zo voorkom je dat drie mensen tegelijk aan dezelfde schoot trekken, terwijl niemand meer naar de steiger kijkt.

Tijdens Kielboot 1 leer je vooral luisteren, veilig meedoen en eenvoudige opdrachten uitvoeren. Je hoeft nog niet alles zelfstandig te bedenken. Wel is het belangrijk dat je begrijpt wat de roerganger of instructeur bedoelt en dat je aangeeft wanneer iets niet duidelijk is.

Waarom is dit belangrijk?

Op het water gebeurt veel tegelijk. De wind ruist langs je oren, het zeil klappert, een motorboot komt dichterbij en de giek beweegt boven de kuip. Een lange uitleg werkt dan niet. De bemanning moet snel begrijpen wat er wordt bedoeld. Daarom gebruiken zeilers woorden als bakboord, stuurboord, loef en lij. Deze woorden hebben aan boord altijd dezelfde betekenis en helpen verwarring te voorkomen.

Duidelijke communicatie maakt het zeilen veiliger en rustiger. Voor een handeling of manoeuvre wordt verteld wat het plan is, wie welke taak heeft en wat er van iedereen wordt verwacht. Bij een overstag of gijp waarschuwt de roerganger eerst de bemanning. Niemand wordt graag verrast door een giek die ineens langskomt. Dat is een nogal overtuigende manier om het belang van communicatie te ontdekken.

Goede communicatie betekent ook dat je samen uitkijkt. Zie je een andere boot, een ondiepte of een lijn die overboord hangt? Zeg het meteen. De bemanning mag de roerganger waarschuwen voor andere scheepvaart. Samen zie je nu eenmaal meer dan alleen.

Leerdoelen

Na dit onderdeel begrijp je waarom vaste zeiltermen aan boord worden gebruikt. Je kent het verschil tussen bakboord en stuurboord en tussen loef en lij. Je herkent de belangrijkste commando’s bij het overstag gaan en gijpen. Je weet dat een waarschuwingscommando bedoeld is om je gereed te maken en dat je pas handelt wanneer het uitvoeringscommando volgt.

Je kunt tijdens het varen luisteren naar een opdracht, je eigen taak uitvoeren en aangeven wanneer je iets niet begrijpt. Ook leer je om duidelijk te waarschuwen voor andere schepen, obstakels of onveilige situaties. Het doel is niet dat je de luidste persoon aan boord wordt. Het doel is dat je op het juiste moment iets nuttigs zegt.

Uitleg

Theorie

Aan boord gebruiken we bakboord voor de linkerzijde en stuurboord voor de rechterzijde, bekeken in de vaarrichting. Deze zijden veranderen nooit. Loef is de kant waar de wind vandaan komt en lij is de kant waar de wind naartoe waait. Loef en lij kunnen dus veranderen wanneer de boot overstag gaat.

Communicatie aan boord bestaat meestal uit drie eenvoudige onderdelen. Eerst wordt het plan kort uitgelegd. Daarna worden de taken verdeeld. Tot slot controleert de roerganger of iedereen weet wat hij of zij moet doen. Dit is vooral belangrijk bij het afvaren, aanleggen, hijsen en strijken van de zeilen en bij manoeuvres zoals overstag gaan en gijpen.

Een goed commando is kort, duidelijk en op tijd. Sommige commando’s zijn een waarschuwing. Ze vertellen dat er straks iets gaat gebeuren. Andere commando’s geven het moment aan waarop je moet handelen. Luister dus niet alleen naar de woorden, maar ook naar de volgorde.

Uitvoering

Bij het overstag gaan gebruikt de roerganger een vaste reeks commando’s:

‘Klaar om te wenden’ is het waarschuwingscommando. De bemanning maakt zich gereed, kijkt waar de schoten liggen en zorgt dat de nieuwe fokkenschoot bereikbaar is. Er wordt nog niet zomaar aan lijnen getrokken.

‘Ree’ geeft het begin van de manoeuvre aan. De boot draait met de boeg naar de wind. De druk verdwijnt uit de fok en de oude fokkenschoot wordt gevierd.

‘Fok over’ betekent dat de fok naar de nieuwe lijzijde mag. De oude schoot wordt verder gevierd en de nieuwe schoot wordt rustig aangetrokken.

‘Fok aan’ volgt wanneer de boot weer aan de wind vaart en snelheid begint te krijgen. De fok wordt dan geleidelijk op de juiste stand gezet.

‘Fok bak’ wordt alleen gebruikt wanneer de boot hulp nodig heeft om door de wind te draaien. De fok wordt dan tijdelijk aan de oude zijde gehouden.

Bij een gijp is de waarschuwing extra belangrijk, omdat het grootzeil en de giek naar de andere kant van de boot komen. De roerganger roept eerst ‘Klaar voor de gijp!’ Iedereen let op, houdt het hoofd laag en zorgt dat handen en lijnen vrij zijn. Op het moment dat het grootzeil overkomt, roept de roerganger ‘Gijp!’ De schoot wordt daarna gecontroleerd gevierd.

Tijdens gewone handelingen kunnen ook korte opdrachten worden gebruikt, zoals ‘vieren’, ‘doorzetten’, ‘oploeven’ en ‘afvallen’. Vieren betekent een schoot of lijn losser geven. Doorzetten betekent aantrekken. Oploeven is naar de wind toe draaien en afvallen is van de wind af draaien.

Heb je een opdracht uitgevoerd, dan is een korte reactie handig. Zeg bijvoorbeeld: ‘Fok over’, ‘landvast los’ of ‘klaar’. Zo weet de roerganger dat de handeling is uitgevoerd. Heb je iets niet begrepen, zeg dan direct: ‘Nog een keer’ of ‘Welke schoot?’ Doen alsof je het begrijpt is aan wal misschien ongemakkelijk. Op het water kan het onveilig worden.

Veiligheid

Bij iedere manoeuvre kijkt de roerganger eerst of er voldoende ruimte is. De bemanning blijft ondertussen ook om zich heen kijken. Zie je een boot die de roerganger mogelijk niet heeft gezien, roep dan duidelijk wat je ziet en waar: ‘Motorboot aan stuurboord’ of ‘Steiger dichtbij aan bakboord’. Alleen “pas op!” roepen levert vooral spanning op. Het vertelt nog niet waarvoor iemand moet oppassen.

Houd de kuip vrij van losse lijnen en spullen. Een duidelijke opdracht helpt weinig als iemand tijdens de uitvoering over een fokkenschoot struikelt. Bij werkzaamheden rond de giek, gaffel of mast wordt vooraf afgesproken wie wat doet en waar de bemanning veilig zit.

Wanneer de situatie onduidelijk wordt, is rust belangrijker dan haast. Stop indien mogelijk de handeling, vraag opnieuw om uitleg en voer pas daarna de opdracht uit. Bij direct gevaar volg je meteen de instructies van de schipper of instructeur.

Praktische aandachtspunten

Praat duidelijk en hard genoeg om boven wind en klapperende zeilen uit te komen, maar schreeuw niet voortdurend. Als alles op hetzelfde volume wordt geroepen, klinkt een echte waarschuwing namelijk precies hetzelfde als “wie wil er een koekje?”

Noem bij een gerichte opdracht zo nodig eerst de naam van de persoon. Zeg bijvoorbeeld: ‘Sam, pak de voorlandvast’. Daarmee voorkom je dat iedereen denkt dat iemand anders het wel zal doen. Geef bij beginners steeds één opdracht tegelijk. Eerst luisteren, dan handelen en daarna controleren wat de boot doet.

Bespreek een manoeuvre bij voorkeur voordat je eraan begint. Vertel kort waar je heen wilt, wat er gaat gebeuren en wie welke taak heeft. Na afloop kun je samen terugkijken: hoorde iedereen de commando’s, kwamen ze op tijd en wist iedereen wat ermee bedoeld werd? Een zeilboot vaar je met elkaar, waarbij de taken worden verdeeld en de bemanning leert samenwerken.

Observatiepunten tijdens de praktijk

De instructeur let erop of de cursist de juiste zeiltermen begrijpt en op tijd reageert. Bij ‘Klaar om te wenden’ moet de bemanning zich voorbereiden zonder de manoeuvre al uit te voeren. Bij ‘Ree’, ‘Fok over’ en ‘Fok aan’ moeten de handelingen in de juiste volgorde plaatsvinden. De instructeur kijkt ook of commando’s duidelijk worden uitgesproken en niet pas komen wanneer de manoeuvre al half voorbij is.

De cursist let zelf op de koers van de boot, de stand van de fok, de beweging van de giek en de positie van andere bemanningsleden. Voel je de druk uit de fokkenschoot verdwijnen tijdens de overstag? Hoor je de fok kort klapperen? Zie je de giek bij een gijp naar het midden komen? Deze signalen helpen je om niet alleen op woorden te reageren, maar ook te begrijpen wat de boot doet.

Goede communicatie herken je aan rust. Iedereen weet wat zijn taak is, de juiste persoon voert de handeling uit en de boot blijft onder controle. Minder goede communicatie herken je aan twijfelende handen, meerdere mensen aan dezelfde lijn en een roerganger die steeds harder hetzelfde commando herhaalt.

Veelgemaakte fouten

Een veelgemaakte fout is dat de roerganger een commando te laat geeft. De bemanning heeft dan geen tijd om zich voor te bereiden. Geef een waarschuwing dus ruim vóór de manoeuvre en het uitvoeringscommando op het moment dat er gehandeld moet worden.

Ook worden opdrachten soms te lang gemaakt. Een complete uitleg tijdens een overstag leidt de aandacht af van de boot. Bespreek de manoeuvre vooraf en gebruik tijdens de uitvoering alleen de afgesproken commando’s.

Beginnende bemanningsleden trekken soms meteen aan een schoot zodra zij het woord ‘fok’ horen. Luister naar het volledige commando. ‘Fok over’ is niet hetzelfde als ‘fok aan’, en ‘klaar om te wenden’ betekent nog niet dat de schoot los moet vliegen.

Een andere fout is vaag waarschuwen. Met “daar komt iets!” kan alleen een meeuw behoorlijk uit de voeten. Noem wat je ziet en aan welke kant het zich bevindt. Gebruik daarbij bakboord en stuurboord, zodat iedereen dezelfde richting bedoelt.

Tot slot durven cursisten soms niet te zeggen dat zij iets niet begrijpen. Juist wel doen. Een vraag stellen is geen teken dat je niet kunt zeilen. Het is een teken dat je veilig wilt leren zeilen.

Samenvatting

Goede communicatie aan boord is kort, duidelijk en op tijd. Je gebruikt vaste zeiltermen, verdeelt de taken vóór een manoeuvre en controleert of iedereen weet wat er moet gebeuren. Een waarschuwingscommando zorgt dat de bemanning zich voorbereidt. Het volgende commando geeft aan wanneer de handeling begint.

Bij Kielboot 1 zijn vooral de commando’s rond overstag gaan en gijpen belangrijk. Daarnaast kijk je mee naar andere scheepvaart, waarschuw je duidelijk voor gevaar en stel je een vraag wanneer iets niet helder is. Zo ontstaat rust aan boord en kun je veilig samenwerken en leren.

“Een goed commando is als een goede windvlaag: duidelijk voelbaar en precies op tijd.”